zondag 14 februari 2016

Vaarwel kapitein




Alle hens aan dek
Op zoek naar de uiterton
De mijlen vliegen voorbij
We zijn klaar voor de wending

Geen ton
We gaan niet overstag
Nooit meer ga jij overstag
Jij gaat alleen nog voor de wind

Jouw daden
Gewezen herinneringen
Geen reden, geen zin
Gewoon de volgende in rij

Maar gewoon was je niet
Je was onze kapitein
Onze poolster
Het ware noorden

Drumgeluiden van een steelband weerklinken
Een lach op mijn gezicht
Jij de piraat, ik de prinses
Voor altijd in dans verbonden

Vaarwel Jan



zaterdag 6 februari 2016

Een doodlopende weg

Als je de strijd verliest, voordat hij begint... 

We zijn drie weken in Nederland. Slechts drie weken. Wat kan er veel gebeuren in drie weken. Het is een rollercoaster. Eigenlijk is het met de gezondheid van onze dierbare vader Jan alleen maar bergafwaarts gegaan sinds we thuis zijn. We leven tussen hoop en vrees maar zijn steeds strijdlustig. We houden elkaar op de been met mooie quotes als 'klaar voor de wedstrijd' en 'we slaan rechtsaf'. Helaas lijkt het er steeds meer op dat de afslag te ver is. 

De snelweg waarop we zitten loopt door onontgonnen terrein en heeft weinig bochten of afslagen. Het is een weg waarop razendsnel gereden wordt en de bestemming is 'het hiernamaals'. Toch zijn er wel verschillende afslagen. Afslagen met namen als moleculaire behandeling of immunotherapie. Deze afslagen leiden naar wegen die ook bestemming 'het hiernamaals' hebben. Maar deze wegen zijn langer en de maximum snelheid beperkt. Op deze omwegen zouden we de tijd hebben om om ons heen kijken, ons te kunnen oriënteren. Het woeste terrein zou kunnen plaatsmaken voor heuvels begroeid met kleurige bloemen. We zouden kunnen stilstaan bij een mooi bergmeer, kunnen glimlachen en genieten van elkaars gezelschap, elkaar vasthouden en samen de weg berijden. Maar waar zijn die verdomde afslagen? 

Probleem is dat we niet weten waar we zitten op de snelweg. Bij welk hectometerpaaltje zitten we? De dokters doen hun best om dat te bepalen. Er worden scans uitgevoerd en we wachten.  Er wordt een biopt genomen en we wachten meer. Dan een onverwachte wending. Het is geen uitgezaaide longkanker, maar uitgezaaide melanoomkanker. Een ziekte die Jan achteraf al 18 jaar met zich meedraagt. Sinds er op 42 jarige leeftijd bij hem een kwaadaardige moedervlek verwijderd is. Het biopt wordt overgedragen aan een ander ziekenhuis. Weer wachten. Alles bij elkaar wachten we drie weken. Slechts drie weken. Drie lange weken. 

En in die weken razen we noodgedwongen verder op de snelweg. Het terrein wordt woester, de luchten kleuren grijszwart en we wanen ons in een maanlandschap. Onaards, onmenselijk. Het gaat snel bergafwaarts met Jan. De kanker neemt de overhand. Waar zijn toch die afslagen? Afgelopen vrijdag kregen we nieuws. Een bepaalde mutatie blijkt aanwezig in Jan's kankercellen. Eindelijk weten we bij welk hectometerpaaltje we ons bevinden. We gaan op zoek naar de afslag moleculaire behandeling. Die afslag ligt op zes dagen rijden. Slechts zes dagen rijden op topsnelheid, dan zijn we er. Nog maar zes dagen. Zes lange dagen. 

Ondertussen krijgt Jan alvast een bestraling van zijn hoofd. Om de symptomen van de uitzaaiingen in de hersenen te drukken. Een nekslag blijkt nu. Zijn lichaam kan de bestraling niet aan. Hij is te ziek. De kanker is genadeloos. We raken bijna van de weg. Dit zag niemand aankomen. We zijn verbijsterd. Jan was steeds zo sterk, sliep veel, maar at normaal en was geheel zelfstandig. We zagen een zieke maar sterke man, niet een man wiens einde nadert. De kanker neemt ons in de maling en blijkt al veel verder gevorderd dan Jan zelf, wij en de artsen kunnen vermoeden. Het gaspedaal wordt verder ingetrapt. We razen voort. Wie bestuurt deze auto? Wie is er zo harteloos? Zitten we dan toch al te veel richting het eind van de snelweg? Te dicht bij onze bestemming? Jan zet door. Hij vecht, hij valt aan, wij verdedigen. Nog vier dagen tot de afslag. Zijn lichaam geeft op. Zijn lichaam is op. De afslag is te ver, de bestemming te dichtbij. We durven niet meer te hopen. We willen dat het lijden stopt. Maar wanneer stop je? De keuze is aan hem. 

Ze hebben het altijd over fasen van verwerking. Shock, verdriet en boosheid, dan vechtlust, berusting en uiteindelijke acceptatie. We hebben geen idee waar we zitten. We leven op de automatische piloot. Het zijn wederom de oerkrachten die het overnemen. De oerkrachten waar ik eerder tijdens onze oceaanoversteek al over schreef. Toen voelde ik ook hoe oerkrachten het overnamen. Een natuurlijk overlevingsmechanisme. Niet het verstand, oftewel de wil, regeerde maar de geest. De geest overstemde het het gevoel, beheerste het lichaam en wees ons de weg. Ook nu neemt de geest het over. Verstand en lichaam volgen. We worden volgers. 

We staan erbij en kijken ernaar, volkomen machteloos. We kunnen het niet bevatten, niet begrijpen. Iedere dag weer dat moment dat je wakker wordt, diezelfde shock iedere ochtend. De vraag hoeveel kilometer we die nacht hebben afgelegd. De vrees dat we de afslag missen of niet halen. Geen tijd om om ons heen te kijken. Geen tijd om te denken. Laat staan om te praten of om afscheid te nemen. Zitten we nog in de shockfase? Is dat de reden dat we geen oriëntatie hebben, geen besef. Het besef is uitgeschakeld. We hebben geen tijd om fases te doorlopen. We worden het diepe in geduwd. Van shock naar afscheid in drie weken. Het is wreed. 

Toch is er ook een andere zijde aan dit wrede verhaal. Jan heeft 18 jaar extra de tijd gekregen. 18 jaar waarin hij zijn kinderen kon vormen, waarin hij genoot van het leven met de liefde van zijn leven. 18 jaar waarin hij opa is geworden en getuige van ons huwelijk in Curacao. Deze momenten zijn hem gegeven. En wij hebben zoveel moois van hem gekregen. Ik ken Jan nu tien jaar. En ik ben gezegend dat ik hem die jaren heb gekend. Zijn positivisme, aanstekelijke levensvreugde en talent om ieders hart te raken. En dat moeten we nu koesteren. Het leven is wreed. Het leven is mooi. Ik besef iedere dag hoe mooi het leven is. Zelfs nu. Hoe het leven je in uitersten dwingt, je dwingt aan te passen aan de meest uiteenlopende situaties. Hoe wreed ook. Hoe het leven je ook de weg wijst. Op dit moment met harde hand. Afstand doen en omarmen. We omarmen elkaar. Samen vinden we altijd een weg. Ook nu. Ook zonder Jan. Samen zijn we sterk. Dat geeft vertrouwen. 

donderdag 28 januari 2016

In de ban van het paradijs – Puff in Zilt Magazine

Wat een prachtig artikel is het weer geworden; ons verslag in het fantastische Zilt Magazine! Met onze Puff ontdekten we de San Blas eilanden in Panama en genoten we zes weken lang van dit ultieme paradijs. Via de onderstaande link kom je direct bij het artikel. Veel leesplezier!


Zoals je in Zilt kunt lezen/hebt gelezen zijn onze plannen kort daarna noodgedwongen ingrijpend gewijzigd en verblijven we momenteel in Nederland. Puff hebben we in een haven in Panama moeten achterlaten.  

Voorlopig de laatste keer in Zilt? Och...we weten het ook niet. Het is te vroeg voor antwoorden. Voorlopig voelt het goed om bij familie te zijn. Wat er op ons pad gaat komen, zal de toekomst uitwijzen.

Voor nu zijn we wel druk bezig om een oplossing te zoeken voor onze Puff. Transport naar Nederland is een reële optie maar ook verkoop aan een collega-zeiler, dromer en avonturier is een optie. Mentaal zijn we daar eigenlijk nog helemaal niet aan toe. Wel willen we alle opties openhouden om te kijken wat er op ons pad komt. Immers, hoeveel boten liggen er nou 110 procent startklaar en in perfecte conditie te wachten om de Caribbean te bezeilen of om de Pacific te gaan ontdekken? Soms valt iets niet te plannen en moet het ‘gewoon’ op z’n plek vallen.

Op onze website vind je onder de tabbladen ‘Puff’ en ‘Klussen’ veel meer informatie over Puff.

Schroom niet om contact met ons op te nemen als Puff ervoor kan zorgen dat het voor jou op z’n plek kan vallen.

Frieda en Leon



dinsdag 19 januari 2016

De laatste keer...?

Terug naar 4 januari.

Ik ben wel van het melodramatische type. Niet dat ik drama creëer. Maar als drama zich voordoet, dan zak ik op mijn knieën en rol me er volledig in om. Dompel me onder. Grijp het vast en kijk het in de ogen. Vandaag is de liefde waaraan ik mijn tranen vergiet Puff. Een boot is niet zomaar een boot, een ding, een wegwerpartikel. Een boot is je huis, je toevlucht in zware tijden. Je legt je leven in haar handen, vertrouwt op haar om je veilig te houden. Ze is een deel van je. Zou ik haar vandaag voor het laatst gezeild hebben? Ze zweefde over het water. Met haar nieuwe zeilgarderobe was ze sneller en scherper dan ooit. Ik nam fier de leiding en genoot van iedere seconde dat het roer in mijn handen rustte. Iedere keer weer die gedachte...zou dit de laatste zijn? 

Gisteren nog een keer swingend achter de pannen in de kombuis, mee zingend met Bob Marley. Dit keer weet ik niet of alles ook echt goed zal komen. Nog een laatste borrel op het witte strand, de palmen wuivend op de achtergrond en Puff in de hoofdrol deinend achter haar vertrouwde anker. Nog een laatste keer rijst met beestjes. Oké, dat ga ik dan niet missen. En een biertje uit de koelkast pakken zonder dat de minutieus opgestapelde proviand in elkaar stort, ga ik ook niet missen. Maar verder ga ik eerlijk waar alles missen. Alles. Van iedere blauwe plek op mijn dijen tot de eelt op mijn knieën. Van iedere hoes die ik tig keer heb aangebracht of verwijderd tot ieder handwasje. De nachtwachten, de spanning, de voldoening. De horizon, de stilte en de duisternis. Het kraken van de zeilen, bruisen van de golven, het zout op mijn gebruinde lichaam. De zon. Het blauw. Het buiten leven. Het samen zijn. Het ritme van de oceaan. 


De onzekerheid maakt het extra moeilijk. De onzekerheid die ik juist zo mooi vond in de afgelopen anderhalf jaar. Het gevoel dat alles mogelijk is. De Pacific bezeilen, of niet. Ons ergens vestigen of 'gewoon' naar huis zeilen. Ik hield van alle opties. Het contrast met het uitgestippelde leven thuis. Nu vind ik de onzekerheid vreselijk. Moeten we Puff verkopen? Of zullen we de reis dit of volgend jaar nog vervolgen? Was dit het? Wist ik het antwoord maar alvast. Maar het is te vroeg voor antwoorden. 


Met oud en nieuw proostten we op het afgelopen jaar. Een jaar dat niet valt samen te vatten, zoet als kaneel. Een jaar dat we voor geen goud hadden willen missen. Een jaar dat nu achter ons ligt. Het is goed zo. Deze reis is het beste wat ons ooit is overkomen. De val is diep als je van grote hoogte komt. Maar het leven laat ons geen keus. Wij zetten een punt achter Puff. Voor nu. Met pijn, veel pijn in ons hart. Maar ons hart gaat nu uit naar dringender zaken. Naar onze dierbare. Naar zijn gezondheid. Naar zijn gevecht. Morgen gaan we naar de haven en zal het aftuigen beginnen. Op weg naar huis! 




We zijn sinds 10 dagen in Nederland. Sinds onze vorige blogpost zijn we overstelpt met reacties. Mailtjes, berichtjes, belletjes. Van vrienden en van mede-zeilers. Maar ook van mensen die ons blog al jaren volgen, mensen die wij nooit ontmoet hebben, maar ons toch een warm hart toedragen. Het medeleven geeft ons een opkikker en we willen iedereen bedanken. Soms waren de reacties te veel om iedereen persoonlijk te bedanken, maar weet dat we iedere reactie enorm waarderen!

Ik zal de komende tijd blijven bloggen. Over hoe het is om 'thuis' te komen, over de kermis die kanker heet, over onze zoektocht naar een oplossing voor Puff én hopelijk over meer zeilavonturen. Ik heb nog veel filmmateriaal waarmee ik meer video's zal maken. Te beginnen met de video van onze avonturen in Colombia. 

Outdoorsie Colombia! Veel kijkplezier.




dinsdag 12 januari 2016

Kankerparadijs

Dit blog kan grof taalgebruik bevatten

Abrupt. Zonder waarschuwing. Met bruut geweld wordt onze opstand neergeslagen. De dag voor Kerst. Bericht van de familie. Het is goed mis. Pas vijf pijnlijk lange dagen later krijgen we duidelijkheid. Het is kanker. Kutkanker. Kankerzooi. Wij zitten vast in het paradijs. Kankerparadijs.

Terug naar de Kerstdagen. Aan boord bij onze vrienden van de Nomad proberen we er het beste van te maken. Er zijn nog geen scans uitgevoerd. Het kan vast van alles zijn. We proberen de rust te bewaren. Positief denken! We zetten onze dierbare in het licht, in het kerstlicht, in het maanlicht, in het sprankelende licht van de sterren. We bidden en doen een wens voor iedere vallende ster. De Nomad heeft vrienden uit Noorwegen aan boord. Deze vrienden hebben de ingrediënten voor een traditioneel Noors kerstmenu meegenomen. Gedroogd schapenvlees met koolrabi. Het schapenvlees wordt een nacht geweld, daarna uren gestoomd en dan met een stamppotje van koolrabi opgediend. Het is verrukkelijk! Klote Kerst. We liggen bij ons favoriete eiland, Green Island. Klote eiland. Niets voelt zoals het hoort te voelen. Positief denken.

Na de Kerst nemen we afscheid van de Nomad. Zij gaan richting het noorden. Verder op de highway... Wij wachten op de scanresultaten van het thuisfront. We voelen ons alleen. Niet omdat onze vrienden van Nomad er niet meer zijn. Nee, omdat we híer, in het paradijs, zijn. Het geprezen paradijs. Om al die redenen die vorige week nog adembenemend mooi waren. Op onszelf aangewezen, aan het einde van de wereld, zonder goed werkende internetverbinding, op de meest prachtige en afgelegen ankerplekken bij palmbegroeide eilanden. Daar waar onze dromen ons niet durfden te begeleiden. Voorbij de horizon, voorbij de civilisatie, gevangen in deze schatkist. Nu dan toch verloren. Puff, Leon en ik. Drie is te weinig. We willen de familie steunen in deze onzekere dagen. Onze lieveling vasthouden en een lach ontluiken. Maar nee, wij zitten in het paradijs. Adam en Eva. Pijnlijk alleen.

De dag van de onderzoeksresultaten. We bellen naar huis. "Het is slecht nieuws jongen". Kanker. Het is kanker. Dit kan niet. Ik geloof het niet. Ik breek. Het positivisme valt in scherven uiteen. Ik ween. Ik ween om onze geliefde, om de strijd die aan zijn voeten ligt. Ik ween om de familie, om de onzekere toekomst. Ik ween uit boosheid om deze klerezooi. Ik ween om onze droom. Ik ween om Puff. We zullen haar voorlopig moeten achterlaten. Hier in Panama. Alsof mijn ziel wordt weggenomen. Mijn huis wordt afgebrand. Ik ween. Natuurlijk gaan we naar huis. Om hém te steunen. We willen er zijn voor de familie en zij voor ons. Niet langer alleen, maar samen strijden. Samen. Zonder Puff. Het doet pijn.


Maar dit is niet het einde. Niet voor hém, niet voor Puff en niet voor onze droom. We zijn strijdlustig, we zijn vechters. We trekken ons terug, we hergroeperen en bedenken een effectieve aanvalsstrategie. En dan staan we op, met zwaard en schild. We nemen revanche. We kapen de kanker. Stelen onze droom terug. En vervolgen onze reis. Het kompas des levens zal ons de weg wijzen...