maandag 14 december 2015

High on paradise!

Puff midden in het paradijs...
Zie ik dat nou goed? Een kluwen palmbomen met een doorsnede van misschien 30 meter steekt in een perfecte halve maan boven het water uit. Als een pauw die haar veren spreid in een paringsdans. Dit moet toch wel het meest picture perfect eilandje op aarde zijn. Toegegeven, nu lopen we op de zaken vooruit, maar kan het nog mooier? Green Island moet maar een nachtje wachten, want we willen met Puff voor dit eilandje liggen. Met een mooie slinger varen we langs de riffen naar binnen en gooien het anker uit. We liggen er met twee andere boten. Niet slecht. Leon zwemt naar het eilandje, ik roei met de dinghy. Ha, in 20 stappen loop ik naar de overkant. Van parelwit zand naar parelwit zand. Briljant!
Als de ochtend ontwaakt, word ik met dikke ogen wakker. Wat een vervelende nacht...Puff heeft flink liggen rollen. Dus gaan we anker op en zoeken we een plek bij het beschutter gelegen Green Island. Zo. Hier blijven we voorlopig. Met zoveel mooie eilanden in de San Blas en slechts beperkte tijd is het moeilijk om de rust te bewaren en niet als een dolle hond rond te varen. In vertrekkersland waren de afgelopen maanden erg druk. Een bruiloft plannen en uitvoeren, veel bezoek, enkele spannende oversteken plannen en de boot klaar maken voor een tweede jaar zeilen. Nu kan het tempo omlaag. Vandaag is vandaag en morgen doet er niet toe. Ik voel de rust beetje bij beetje binnen sijpelen. Ik heb de vaarwijzer al enkele dagen niet bekeken, de drang om een volgend eiland te willen zien zakt weg.





Het is alweer enkele dagen later als ik s'ochtends aan de koffie om me heen kijk. De zon stijgt langzaam naar grote hoogten en het kleurenpalet om ons heen ontvouwt zich. Geen idee hoe we de dag vandaag gaan doorkomen. Ik pak de tablet en begin met schrijven. Dan hangt Kristian naast de boot. Kristian en Nina van de Nomad zijn gisteren ook aangekomen. We zullen de komende dagen samen doorbrengen. "Willen jullie leren kiten?", vraagt hij. "Wat? Ja, tuurlijk! Gaaf!" De eerste les is het beheersen van de kite, de vlieger. Als de wind afneemt houden we het voor gezien. We gaan terug naar Puff en eten een bammetje. Gisteren zelf vers gebakken, mmmm. We laten ons onderuit zakken en dagdromen over verlaten palmeilandjes omringd met kleurrijke riffen en water waarin je lijkt te zweven. Of...nee...dit is geen dagdroom. Ik knijp mezelf nog maar eens zodat ik niet vergeet dat dit niet normaal is. Maar wel de norm in San Blas! In de middag varen we met de dinghy naar het buitenrif om te snorkelen. We zien een haai en een rog en daarnaast vele kleurrijke koralen en gekleurde vissen.




Voldaan stappen we weer aan boord. Uit de koelkast haal ik een ijskoud biertje en laat de koude drank door mijn keel glijden. Iedere dag datzelfde verfrissende moment. Zoiets als '16 uur cup a soup' maar dan anders. Ik besef me dat ook deze dag weer voorbij gevlogen is. Later op de avond zit ik met een zaklantaarn aan dek op zoek naar jagende roggen. Rond de boot horen we grote plonzen. In eerste instantie vragen we ons af welk dier zo'n grote plons kan maken. En dan vangt de straal van mijn zaklamp het silhouet van een zwevende rog. Hij springt uit het water en plonst er een fractie later weer in. Het water spat meters op.



Bij Green Island liggen we uiteindelijk een kleine week samen met Kristian en Nina en ontwikkelen een modus waarin we alle vier compleet ZEN zijn. De dagen rijgen zich aan elkaar. We gaan op ontdekkingstocht langs de omringende eilanden, we kiten, BBQen en houden een kaartavond met zelfgemaakte pizza. Nee er is niets wat deze vibe kan doorbreken. Genieten met een grote G! Na een week spreiden onze wegen wederom. We zijn al bijna 3 weken in San Blas en moeten nog gaan inklaren. De Nomad had in verband met een opstapper al eerder ingeklaard en trekt juist wat meer oostwaarts. We spreken af om te proberen samen Kerst te vieren zonder harde afspraken te maken. Het zou geweldig zijn als dat lukt.

Onze volgende stop wordt Holandes Cays. Deze archipel ligt het verst van het vaste land en moet het helderste water hebben van alle eilanden in San Blas. Nog helderder? Het snorkelen moet er superb zijn volgens de vaargids. En ik dacht oprecht dat het niet mooier kon worden. We gaan met hoge verwachtingen op pad. We laten het anker plonzen in een hoek van het rif. We liggen er heerlijk privé. Gekleed in ons Adam en Eva kostuum trekken we ons terug in onze eigen wereld. We wanen ons alleen op de wereld. Leven met wat we hebben of kunnen vinden op het eilandje. We hebben nog een paar stuks verse groenten uit Colombia, een paprika, kool, wortel en courgette, waarmee we lekkere dingen in elkaar knutselen. We stoken een fikkie en verbranden ons eigen afval. Onder een palmboom doe ik een handwas met zoet water uit een natuurlijke bron op het eiland. Ik was er mijn haren mee, me niet beperkend tot een litertje. Ik gebruik ruim water en spoel al het zout van me af. Heerlijk! De natuur is werkelijk de reinste en zuiverste entiteit.


Na vier dagen ontwaken we. Even waren we ingedut op deze highway. Volledig high van deze way of life. Shit, inklaren. Pfff, het anker gaat weer op.






maandag 7 december 2015

San Blas: Op de drempel van civilisatie


15 mijl naar het westen ligt het bewoonde eilandje Niadup. Niadup wordt, zoals de meeste eilandjes in de San Blas, omringd door een uitgestrekt koraalrif rondom. De ankerplaats bij Niadup ligt ten zuiden van het eiland, tussen het eiland en het vasteland van Panama. Echter, vanuit het oosten en westen lig je er minder beschut en is er een smal doorgaand vaarwater. Via de SSB ontvanger aan boord halen we de zogenaamde 'wind & wave charts' op voor de komende dagen en het ziet er rustig uit. Dat beaamt even later ook de Amerikaanse weerguru Chris Parker die dagelijks onder andere het weer voor de westelijke Carieb bespreekt op frequentie 8137. Het is een mooie dag, stralende zon en windkracht 4, en we zeilen onder vol tuig richting Niadup. Dit stuk van San Blas ligt niet achter een barrièrerif en de deining van de Caribische zee rolt hier vrij binnen. Vandaag is er geen vuiltje aan de lucht. Maar Arkin verzekerde ons dat het vanaf december hard gaat waaien. Hij had het steeds maar over Kerst en hoe de wind dan aantrekt. Dus zelfs de indianen kennen het fenomeen van de kerstwinden hier. Wij hopen in december lekker beschut te liggen in west San Blas.


Puff voor anker voor het eilandje Niadup
De route naar Niadup loopt door diep vaarwater en zonder problemen naderen we het eiland. Als we het hoekje om komen varen op zoek naar de ankerplaats, zien we hoe smal het hier is. De doorgang is niet meer dan 60 meter breed op het smalste stuk. Aan de ene kant het rif en aan de andere kant, aan lager wal, het strand. Best spannend! Een stuk verderop zien we een gestrande zeilboot op het rif liggen. Bah, daar draait je maag even van om. Met een extra dot gas trekken we ons anker hard in de grond. We liggen hier prima. Met Puff geankerd aan de waterkant recht voor het dorpje. 

Een kano komt ons al tegemoet varen en een man op leeftijd klimt aan boord. Hij is de afgevaardigde voor de boten en komt het ankergeld innen. We geven hem een frisje en hij vertelt ons dat er hier dit jaar al 2 boten op het rif zijn gelopen. Van een catamaran die aan de noordkant op het rif sloeg is niets meer over. De mensen zijn er, voor zover ik begrijp, goed uit gekomen. Een gezin met twee kinderen, bah. In beide gevallen ging het om boten die 's nachts onderweg waren. Uit de vaarwijzers weten we dat 's nachts varen een absolute no-go is. En zo blijkt. 

Wij varen met de digitale kaarten van Erik Bauhaus en zijn vaarwijzer bij de hand. Die digitale kaarten kun je openen in het programma Open CPN. Dit zijn de enige betrouwbare kaarten van San Blas. Met de kaarten van Navionics en Open CPN zelf bereik je hier in de San Blas weinig. Op deze kaarten varen we meer over land en koraal dan over water. 

Als de zon begint te zakken, wordt onze neus gevuld met een bekende geur. De geur van houtvuur en van gerookte vis waait ons vanuit het dorp tegemoet. Het is een heldere avond. De maan komt steeds later op en in de donkere uren turen we naar de sterren aan de hemel. Wat een bijzondere plek weer om te zijn. Morgen worden we verwacht voor een wandeling door het dorp dus we duiken op het tijd het bed in.

Niadup in één shot
Als we met de dinghy op het strand landen, komt onze afgevaardigde 'gids' ons al tegemoet. We bezoeken zijn huis waar hij ons trots zijn nieuwe vrieskist laat zien. Hij is nog niet aangesloten. Als we, met een schuin oog kijkend naar zijn enige zonnepaneel, over stroomverbruik beginnen, vertelt hij dat hij dat nog even moet uitzoeken. Maar trots als een pauw is hij wel. Zijn hut staat vol met spullen, sommige elektrisch. Het is duidelijk dat de moderne wereld hier al iets meer haar intrede heeft gedaan. Onderweg bezoeken we de bakker. Hij is nog druk aan het kneden en over een uur kunnen we vers brood komen halen. Op de weg terug stoppen we bij een winkeltje aan de kade. Er is hier een heuse kade waar een schip uit Colombia ligt. De Colombianen drijven handel in de San Blas en op veel eilanden zijn er mogelijkheden gecreëerd voor deze boten om aan te meren. Ze brengen frisdrank, groenten en fruit en andere levensmiddelen. Maar ook hier en daar een elektrische apparaat. Vervolgens kopen ze de kokosnoten van de Kuna's voor 40 dollarcent per stuk.

Een keuken Kuna style
Een Kuna toilet
Even poseren voor de bakkerij
Op dit eiland kunnen we zelfs een biertje drinken. Op de traditionele eilanden is geen alcohol verkrijgbaar dus ook dit is een teken van het oprukken van de moderne wereld. Wij nemen een frisje en lopen verder. Als we bijna rond zijn, komen we langs de buren van onze gids. Hier woont een albino vrouw met een albino baby. Er bestaan nog zo'n 60.000 Kuna's en ze mogen niet met niet-Kuna's trouwen. Inteelt is hier dan ook een probleem en we zien tijdens onze wandeling zeker 7 albino's. De albino's hebben een blanke huid en blond haar. De gedachte dat je met zo'n huid moet leven onder deze brandende zon is schrikwekkend. De gids vraagt of we een beetje zonnebrandcreme hebben voor het baby'tje. Later die middag brengen we een flesje van de sterkste factor 50 die we aan boord hebben. Terwijl we teruglopen naar onze dinghy kopen we nog wat vis van een visser die zijn 'ulu' naast onze dinghy parkeert. 4 snappers voor een dollar. Tja daar gaan we zelf niet voor vissen.


De dag erna vertrekken we voor een tochtje van 7 mijl naar Nargana. Dat dorp zou alle tradities hebben losgelaten. Arkin omschreef het als een 'Pequeño Panama City', een klein Panama City. Bij het uitvaren stuiten we op een ondiepe plek die niet in de kaart staat. Dit bevestigt nogmaals het belang van varen met goed licht, dat wil zeggen als de zon hoog aan de hemel en achter je staat. We glijden door het water en kunnen op het oog de ondiepten goed zien liggen. Na een uurtje of 2 laten we het anker weer vallen. Nargana is precies zoals Arkin het omschreef. Een stuk minder Kuna en daardoor ook een stuk minder aantrekkelijk. Wel vinden we er een klein supermarktje, een simkaartje voor onze telefoon en een 'bank' waar we nog wat grote dollarbiljetten omwisselen voor 1'tjes en 5'jes. We hebben geluk want we lopen stomtoevallig op 30 november de bank binnen. Precies de dag dat inwoners van Nargana hun salarisstroken kunnen innen. We sluiten aan in de rij en een half uurtje later lopen we naar buiten met een mooi stapeltje kleingeld. Van andere zeilers horen we later dat er de overige 29 dagen van de maand vaak geen dollars aanwezig zijn. Een beetje geluk moet je hebben...


Nargana ligt aan de Rio Diablo. Vanaf de kuip kijken we uit over de monding van deze rivier. Een rivier die vanuit de Panamese jungle naar zee stroomt. Als we 's ochtends aan de koffie zitten valt het ons op dat er wel heel veel ulu's met grote regentonnen de rivier op peddelen. Er komen zelfs ulu's voorbij die voorzien zijn van een motortje en waarin hele families zitten. Ondanks het feit dat er een pijpleiding is gelegd van de zoetwaterbron naar het dorpje wordt er door veel families nog elke dag water gehaald en wassen nog veel vrouwen kleding in de bron zelf. Ze nemen de kinderen mee die daar heerlijk kunnen zwemmen en spelen. De zoetwaterbron ligt 3 mijl stroomopwaarts het land in. We tanken Puffy af, pakken wat shampoo en zetten koers naar de zoetwaterbron. Bij de drempel in de riviermonding is het nog even goed opletten. We zigzaggen om de gestrande boomstammen en ondieptes heen en voor we het weten varen we op een rustig riviertje midden in de jungle. Wat een rust. We halen hier en daar een peddelende Kuna in en we schamen ons af en toe bijna voor het geluid van onze veredelde staafmixer die met zijn gebrom de serene rust verbreekt.


Na iets meer dan 3 mijl wordt de rivier ondieper en bereiken we de bron waar het bruist van het Kuna-leven. Moeders wassen stapels kleding weg, kinderen spelen dat het een lieve lust is en vaders en jongelui wassen zich, onderhouden hun Ulu of vermaken de kinderen. Wat een bijzonder tafereel. En dat alles in kristalhelder zoet water. We kunnen de verleiding niet weerstaan en springen in het koele water.


Morgen gaan we weer anker op. Verder op de highway to paradise!





dinsdag 1 december 2015

Een unieke vriendschap

Daar komt hij aangezeild. Even verdwijnt hij achter het palmeilandje naast ons om zijn zeil op te binden en zijn mast neer te leggen. Dan peddelt hij naar ons toe. Met een brede lach vertelt Arkin ons dat hij heel snel hierheen is komen zeilen. Hij zou er al iets eerder zijn, maar ach, tijd is hier niet belangrijk. Uit zijn zak verschijnt een prachtig vlaggetje van Kuna Yala. Handgemaakt door zijn vrouw. Gisterenavond gaven we Arkin 5 dollar zodat zijn vrouw stof kon kopen en een vlaggetje kon naaien. Het was even afwachten of hij vanochtend zou verschijnen, maar daar kwam hij dan toch aangeroeid. Zoals hij zelf zegt, heel snel. Het vlaggetje is rood-geel met in het midden een zwart hakenkruis. Dit hakenkruis verwijst niet naar onze Europese geschiedenis maar naar de revolutie van de Kuna's. Desalniettemin een vreemd gezicht, zo'n hakenkruis in je zijwant. 

Dan zwaait Arkin ons gedag want hij gaat vandaag aan de slag op zijn finca, oftewel plantage, in de bergen op het vasteland. Kuna Yala beslaat ook een deel van het vasteland en heeft een van de meest onaangetaste strekken tropisch regenwoud op aarde. Hij verbouwt er onder andere bananen, mandarijnen, mango en kokosnoten maar ook uien, yam (een wortel die lokaal gegeten wordt als aardappel) en plantaan. Het dieet van de Kuna's bestaat, voor zover ik begrijp, voornamelijk uit deze producten aangevuld met veel vis. Op het eiland Ukupseni hebben ze ook een bakker. Daarnaast worden er mondjesmaat producten aangevoerd vanuit Colombia. We hebben hier geen dier, nog geen kip gezien, dus vlees eten ze in ieder geval niet.


We besluiten vandaag nog een dag te blijven liggen om bij te komen van de indrukken van de afgelopen dagen. Ook moeten we bepalen welke richting we uitgaan. We zitten momenteel iets oostelijk van het midden van de San Blas, naar het westen toe worden de eilanden minder traditioneel en liggen we waarschijnlijk niet meer als enige boot. Wel wordt het tropischer, wittere stranden en blauw water waarin we dagen kunnen snorkelen. Gaan we verder oost dan navigeren we door moeilijker begaanbaar en troebeler water met nog meer riffen naar zo mogelijk nóg traditionelere dorpen. We besluiten om morgen toch maar west te gaan. Maar we stoppen dan al na 15 mijl bij het laatste traditionele dorpje voordat we verder gaan naar de picture perfect bounty eilanden van de westelijke San Blas.

Het is de laatste avond in Ukupseni en Arkin nodigt ons nog eenmaal uit voor een BBQ op het strand. Dit keer pakken we het traditioneel aan. Als hij nog even snel een visje gaat vangen in het schemerlicht, pakken wij borden, bestek, wijn en bekers in en roeien naar het eilandje  naast Puff. Daar komt ook Arkin aan met een kleine Red Snapper. Ik denk dat de vis niet meer zo wilde bijten na zonsondergang. Gelukkig voor ons (ahum) heeft hij vandaag ook een octopus gevangen! "Probar?", vraagt hij ons? Uhh, nou ja, doe maar dan. 

Ik leg een kleedje op het strand en pak de tas uit terwijl de mannen brandbaar materiaal verzamelen voor het vuur. Daar hebben de Kuna's een tactiek voor. Eerst steken ze de uitgedroogde bast van palmbomen aan om het vuur aan de gang te krijgen. De bedoeling is dat het vuur straks gaat smeulen, we moeten dus een soort houtskool creëren. Dat doet Arkin met de uitgedroogde buitenschil van een kokosnoot die hij op het strand vindt. Een kokosnoot zoals wij die kennen met een doorsnede van zo'n 15 a 20 cm en een harde bruine bast, groeit aan een boom in een buitenschil. Deze schil is dus uitermate geschikt als houtskool. Na een half uur begint het vuur te smeulen. Nu pakt Arkin groene scheuten van een palmboom die zullen dienen als rooster. Deze vatten geen vlam en hierop leggen we de schoongemaakte vis en stukjes octopus. We grillen ook plantaan (soort banaan) van zijn finca en we poffen aardappels in het vuur. Aardappels zijn hier een lekkernij en zijn moeilijk te krijgen. Wij hebben er genoeg aan boord en Arkin smult er goed van!

Als de avond op zijn eind loopt, beseffen we dat we morgen toch echt weggaan. We zullen niet meer terugkomen op deze bijzondere plek en naar deze unieke vriendschap. We willen Arkin geen geld geven, bang dat we daarmee zijn vrijgevigheid aantasten en een cultuur van 'handje ophouden' stimuleren. De kano, 'ulu' in de Kuna taal, is misschien wel zijn belangrijkste bezit. Zo kan hij naar zijn finca varen om eten te verbouwen en zo kan hij vissen om een centje te verdienen. Hij zeilt met een oud laken, gewoon een katoenen laken. Wij hebben nog wel een perfect zeiltje voor hem liggen. Dat lijkt ons een gepast afscheidscadeau. De laatste ochtend komt hij ons gedag zeggen en geven we hem dit geschenk. Hij glundert, zijn ogen stralen, wat is hij blij! Hij zegt meteen dat hij zijn oude zeil dan aan een vriend kan geven. Mooi! Ook heb ik nog een klein balletje met de wereldkaart erop. Ik laat hem zien waar hij woont en waar wij vandaan komen. Dit ontluikt een uniek gesprek.

Arkin weet blijkbaar dat wanneer het hier licht is, het ergens anders nacht is. Hij vraagt ons hoe dat zit. Met een sinaasappel als zon en het balletje van de aarde, leg ik hem in het Spaans (jaja :-)) uit dat de aarde om zijn as draait en de zon dan altijd één kant van de aarde belicht. Dat snapt hij. Arkin hunkert naar kennis. Al dagen moeten we alle woorden die we in het Spaans kennen voor hem opschrijven met de Engelse vertaling. Thuis oefent hij deze Engelse woorden. Ook nu zegt hij dat hij zijn dochtertje gaat leren dat de aarde draait. Wel vreemd merkt hij op dat we daar niets van voelen. Ja, inderdaad, beaam ik. "En hoe kan het dan dat de maan soms groot is en soms klein?" Oei, nu stuiten we denk ik op de grenzen van mijn Spaanse taalvaardigheid. Het lukt me in ieder geval uit te leggen dat de maan zelf geen licht geeft en dat we alleen de reflectie van het zonlicht op de maan zien. Hij begrijpt er wel iets van. En zo zit je in je kuip, duizenden mijlen van huis aan een Kuna indiaan uit te leggen hoe de zon en aarde zich tot elkaar verhouden. Dit moment rijg ik aan de ketting van unieke momenten van de afgelopen dagen. Ik bezwijk nu al bijna onder het gewicht van de ketting en we zijn nog maar pas hier.


Tijd om het anker op te halen. We kijken nog een keer achter ons. Arkin zwaait ons uit vanuit zijn 'ulu', en verdwijnt dan achter de mangroven.


Kuna village: geen tipi's, wel hutten

We zwaaien de Nomad uit want zij gaan richting west Kuna Yala. Wij gaan vandaag op pad met Arkin. Hij neemt ons mee naar zijn dorp. Het dorp Ukupseni is gelegen op één van de vele eilandjes van deze kleine archipel. De meeste eilanden zijn onbewoond maar op Ukupseni wonen zo'n 3000 Kuna's of misschien wel meer zegt Arkin. Vrijwel iedere vierkante meter van het eiland is benut. Er staat een hut, een kerk, een enkel winkeltje of het is een looppad. Straten en motorvoertuigen zijn er niet. De hutten staan tot bijna in het water. Dat is waarschijnlijk het enige dat Kuna Yala en Nederland gemeen hebben. De strijd tegen het water. De eilanden zijn slechts tientallen centimeters boven zeeniveau. De Kuna's voeren een gevecht tegen het opkomende water. Het toilet is een hutje boven het water, waar je over een kleine loopbrug heen loopt. Visgerei wordt ook opgeslagen in een hut boven het water. We begrijpen dat er op deze manier zelfs varkens gehouden worden.


De mensen leven zeer traditioneel, terwijl dit al een van de grotere communities is. Hutten worden gebouwd met natuurlijke materialen zonder het gebruik van ook maar één spijker. En dat is maar goed ook, het zou in een mum van tijd wegroesten. Hout en bamboe uit het regenwoud worden samengebonden met lange strepen bast die als touw fungeren. Daarbovenop wordt een dak van palmbladeren gelegd. De levensduur van deze hutten is tot twintig jaar. De Kuna's zijn naast de Pigmees het kleinste volk op aard. Ik toren boven onze mannelijke gids uit. Overal moeten we bukken voor kleine doorgangen of kabels die van een zonnepaneel naar een hut lopen. Dat is een van de dingen die civilisatie hier gebracht heeft. Zonne-energie. Op een enkele plek op het hele eiland horen we muziek uit boxen. In de kerk horen we de nicht van Arkin een deun spelen op het orgel. Kinderen rennen door de straten, spelen met knikkers en vragen onze namen. Vrouwen zitten in klederdracht voor hun hutten, bereiden een maal en naaien de traditionele mola's. Deze mola's zijn borduurwerken die op hun kleding genaaid worden.

Kuna vrouwen in de traditionele kleding en sieraden. Ze borduren mola's. 
Er is zo veel te vertellen over dit volk. Hoe ze hun onafhankelijkheid bevochten, hoe het de enige inheemse Zuid-Amerikaanse stam is die zeggenschap heeft over zijn eigen land. Hoe het land, Kuna Yala, bestuurd wordt door de Saila's, oftewel chiefs, van ieder eiland die samen komen in de Congresso. Over hun inkomstenbronnen van de verkoop van lobster en kokosnoten. Hoe iedere palmboom en kokosnoot hier een rechtmatige eigenaar heeft. Niet aankomen dus! Over hoe vrouwen het hier voor het zeggen hebben in huis. Zij kiezen hun man, de man trekt bij hún in. Het is te veel om te beschrijven in een blog, het zou meer iets zijn voor een uitzending van National Geographic Channel. Wederom, wij bekijken het allemaal ademloos.
De moeder van Arkin op weg naar huis vanaf de begraafplaats.
Als Arkin ons meeneemt naar zijn familie, zitten de vrouwen samen voor de hut met hun sieraden om de onderbenen en onderarmen, gouden neusringen en geschilderde gezichten. Met ons gebrekkige Spaans wisselen we wat beleefdheden uit. Een jonge telg uit de familie schreeuwt het uit gedurende de 10 minuten dat we daar zitten. In zijn ogen moeten we eruit zien als blanke reuzen, angstaanjagend voor een mannetje van twee. We krijgen een kijk in de hutten. In één hut wordt gekookt op een houtvuur. Een grote schaal vissen wordt in de hut gerookt. We krijgen een vis mee om later te eten. De hut ernaast is het woonvertrek. Er hangt was te drogen, er hangen een vijftal hangmatten en er staat een verdwaalde 12-voltaccu. Trots laat Arkin ons zijn bed zien. Een heus bed met matras, dat is een grote luxe in Kuna land. Hij glundert als hij wijst naar de kleine wereldontvanger die op het bed ligt. Música! Het moet iets zijn van  laatste jaren. Zo leven de Kuna's.

Kuna's zijn erg verlegen


Uitgeput van alle indrukken slenter ik achter Arkin aan als we de felgekleurde loopbrug naar het vaste land oversteken. Vrouwen in traditionele Kuna kleding komen ons tegemoet. Ze komen terug van de graven. Op het vaste land liggen de doden begraven en we gaan een kijkje nemen op het kerkhof. De kerkhoven zijn heilige plaatsen, gebouwd als kleine dorpjes waar de doden in een hut liggen begraven en worden geëerd. Wij voelen ons vereerd er een kijkje te mogen gaan nemen. 
Begraafplaats van de Kuna
We zijn niet voorbereid op nog meer overweldigende indrukken. De doden liggen boven de grond, of misschien half ondergronds. Over hen heen liggen gekleurde dekens, staan bloemen en hangen andere offers. Het voelt als een dorp voor de doden. Helaas stelt ons Spaans ons niet in staat veel vragen te stellen over deze manier van begraven, misschien kunnen we het later ergens op internet opzoeken... Onder de indruk en misschien enigszins verward beginnen we de terugtocht naar het dorp en onze dinghy. We worden uitgezwaaid door de chief als we weer vertrekken naar Puff.

Kuna vrouwen komen terug van een bezoek aan de begraafplaats