woensdag 25 mei 2016

De gezichten van Havana

We rollen van het ene in het andere uiterste. Van het ware – off the beaten track – Cuba belanden we midden in de toeristenindustrie. Havana. Oftewel Habana zoals de Cubanen het uitspreken.

Op maandagochtend verlaten we de haven. Met een bescheiden gevulde rugzak op onze rug voor een kleine week weg lopen we richting het nabij gelegen dorp. Daar pinnen we CUC’s welke we bij het wisselkantoor gedeeltelijk wisselen in de lokale peso’s. Bij de bakker kopen we een Cubaanse variant van een appelflap en voegen ons vervolgens bij de Cubanen bij de bushalte. We wachten op de collectivo, de lokale bus. Als deze arriveert, stappen we in en wurmen ons tussen de mensen door naar het midden van de bus. Het is een drukte van jewelste. Met onze rugzak komen we nauwelijks tussen de mensen door. Het is heet. Het is hectisch. Eenmaal een plek gevonden, houd ik me staande aan het handvat boven me. Rugzak tussen mijn benen geklemd.
 
“Leon, schuif door”, zeg ik als er bij de halte enkele mensen uitstappen. “Volgens de reisgids moeten we ons tijdig richting de uitgang verplaatsen, anders komen we er dadelijk niet uit”. Geduldig schuift Leon stapje voor stapje richting de uitgang. Voor 40 centavos, ongerekend 2 eurocent, zijn we op weg naar Havana. Het laatste stuk stappen we over in de toeristenbus. Deze is ons aangeraden. De prijs blijkt recentelijk te zijn verdubbeld van 5 CUC (gelijk aan 5 dollar) naar 10 CUC! Toch stappen we in en laten ons langs de bekende pleinen en straten rijden tot we het oude centrum van Havana bereiken. In een flits hebben we heel Havana gezien. Het contrast met de collectivo kan bijna niet groter...denken we.

Eenvoudig vinden we het hostel dat we op het oog hebben. Sinds enkele jaren is het door de overheid toegestaan om op kleine schaal particuliere bedrijfjes uit te baten. Een groot deel van de opbrengsten wordt vervolgens door de overheid geïnd, maar de mensen houden er zelf ook wat aan over. Populair zijn de casas particulares, kamers bij mensen in huis die verhuurd worden aan toeristen. De kamer heeft vaak een eigen badkamer en voldoet aan gestelde eisen voor toeristen. Enkele casas zijn op internet te vinden, bijvoorbeeld via tripadvisor. Maar de eigenaren hebben meestal geen toegang tot internet en reserveren kan dus niet. Wij huren een kamer bij ‘William y Carmen’midden in de oude binnenstad. Zij spreekt een beetje Engels en verwelkomt ons hartelijk. De kamer is spik en span. We kunnen er van de vloer eten. We betalen 20 CUC per nacht plus 5 CUC per persoon voor het ontbijt. Vanaf deze uitvalsbasis gaan we Havana ervaren.
 
 

“Proost! Op Havana!”, zegt Leon. “Proost”, beaam ik als ik mijn mojito ophef. Daar zitten we dan, op Plaza Vieja. Sublieme mojito. Kaasplankje erbij. De Cubanan blijken goede kaas te produceren. Een son-bandje speelt typisch Cubaanse liederen, terwijl de zon hoog aan de hemel staat. Het plein blaakt in het zonlicht. We zijn omringd door sierlijke bouwwerken met pilaren en protsige balkons in de vrolijkste kleuren roze, blauw, groen en geen. Na de mojito lopen we verder en ontdekken Plaza de Armas waar oude propagandistische literatuur verkocht wordt uit de tijd van de revolutie (eind jaren vijftig, begin jaren zestig). Biografieën van Fidel Castro en Ché Guevara zijn op iedere straathoek te koop. We ontdekken bouwwerken uit de 18e en 19e eeuw, gebouwen en kathedralen die niet zouden misstaan in hartje Parijs of Barcelona. De Catedral de San Cristóbal torent met haar torens in Gotische bouwstijl boven de stad uit. “Taxi? Taxi?”, hoor ik achter me terwijl er een bel rinkelt. Het is een fietstaxi op zoek naar een klant. Het is moeilijk te bevatten dat we nog steeds in de Carieb zijn. Een stuk historie dat tot leven komt. We laten ons verleiden door de romantiek van de stad.
 
 
Maar deze stad heeft ook een andere kant. We missen het gewone Cubaanse leven, de Cubaanse ziel. Wij zijn de toeristen, zij de Cubanen. Wij hebben geld, zij niet. De toeristen en de Cubanen leven naast elkaar, niet met elkaar. Gescheiden munteenheden, gescheiden vormen van vervoer, gescheiden eetgelegenheden, gescheiden werelden. We voelen ons een melkkoe. Ervaren reizigers als we zijn, laten we ons misleiden tot een diner bij een particulier restaurantje. Voor 12 CUC krijgen we kip met rijst, een mojito en een toetje met koffie. Dat lijkt oké. Maar de hele setting is opgetuigd voor toeristen. Het eten is matig. Een drieledig bandje speelt ongeïnspireerd enkele op de smaak van de toeristen afgestemde liederen. Bekende liedjes van de Buena Vista Social Club, de oude hit Que Sera of een cover van Enrique Iglesias. De toeristen kijken beteuterd voor zich uit. Ze realiseren zich dat ze er weer ingetrapt zijn. Het geheel laat zich aanzien als een treurspel. Tegelijkertijd kopen de Cubanen in de smalle steegjes achteraf voor enkele peso’s een pizza, omgerekend voor nog geen 50 eurocent.
 
 
 

 
 
De tweede dag besluiten we het rigoureus anders aan te pakken. Vandaag gaan we in Cubaanse stijl op pad. Geen taxi, geen bus, geen restaurants en geen aparte gelegenheden voor toeristen. Carmen legt ons uit waar we een lokale collectieve taxi kunnen nemen. Deze oude Amerikaanse auto’s zijn niet meer mooi genoeg om als taxi voor toeristen te dienen en rijden vaste routes voor Cubanen. Op de route kun je in- en uitstappen waar je wilt. We betalen 1 CUC voor de rit naar het stadsdeel Vedado. Daar struinen we in de hitte uren rond. We lopen naar Plaza de Revolución, het politieke hart van de stad, daar waar Fidel zijn overwinningstoespraak hield. Vele bijeenkomsten zouden volgen op dit plein. Later wandelen we verder over de Paseo waar ambassades en overheidsinstanties gevestigd zijn. Brede lanen met overhangende bomen. Statige herenhuizen in verschillende staten van verval. Maar de allure van de jaren vijftig is voelbaar. Deze jaren voorafgaand aan de revolutie waarin de Amerikanen van Cuba een pleasure island maakten. Hier reden rijken Amerikanen rond in hun Pontiac of Chevrolet. Heren in pakken met hoeden, een sigaar in de mond. Dames in lange zijden jurken behangen met diamanten en veren in het haar. Op weg naar het casino of variététheather Tropicana. We stuiten op de Noord-Koreaanse ambassade in Cuba. Eén van een handvol Noord-Koreaanse ambassades in de wereld.
 

Op een straathoek staat een kraampje met sandwiches en broodjes gebakken vis. We kopen van ieder een. Op de stoeprand doen we ons tegoed aan deze Cubaanse lunch. De volgende stop is de Coppelia ijswinkel, een icoon in Cuba. Er staan twee kramen, een aan de straat en een in de hoek van het plein. De eerste verkoopt ijs aan toeristen voor 1 CUC. Hier staat geen rij. De laatste verkoopt ijs aan Cubanen voor 1 peso, oftewel 4 eurocent. Daar moet je dan wel een half uur voor aanschuiven in de rij. Dat doen we maar al te graag. Vol overgave roep ik ‘Ultimo?”, waarna we geduldig wachten.

Ik begin me steeds meer te schamen voor de gemakken en luxes van de toerist in Cuba tegenover de beperkingen waarmee de Cubanen leven. Zo is het voor de Cubanen zeer moeilijk om lange afstanden in het land te bereizen. Voor toeristen zijn er staatsbusbedrijven met moderne geïmporteerde bussen. Voor de Cubanen bestaan alleen oude, uit andere landen afkomstige, afgedankte stadsbussen. Tussen steden reizen ze noodgedwongen in omgebouwde vrachtwagens of staan ze in de laadbak van een open vrachtwagen. In Havana rijden de oude gele Nederlandse bussen rond uit mijn jeugd. We zien er een met bestemming Susteren en een andere met bestemming Stadsdeel Alphen. Vergane Hollandse glorie in een Cubaans jasje.

In de avond kopen we een pesopizza en een koud biertje en voegen ons bij de Cubanen op een van de vele pleinen van de stad. Dit zijn de momenten waarin we het echte leven in Havana zien. Als de zon achter de gebouwen zakt en de schaduw verkoeling brengt, komen de Cubanen naar buiten en begint het sociale leven. Ze spelen domino op houten borden die ze op hun schoot leggen. Cubanen van alle leeftijden zakken neer op bankjes in het park met een fles rum of biertje. Ze maken muziek, ze smoezen, ze lachen. Het is een genot om naar te kijken. De Cubaanse versie van een zomeravond in het Vondelpark.
 
 

Zoals onze taxichauffeur een dag later zal zeggen: De Cubanen leven nog steeds in de jaren vijftig. Hier en daar zijn veranderingen merkbaar en zijn moderne producten te koop. Maar dat is nog steeds mondjesmaat. Op de terugweg naar onze casa stuiten we in een vervallen hal op een repetitie van een salsaband. Hier spat passie vanaf. Op de ritmische geluiden van de drums, droom ik nog even weg bij het Havana uit mijn fantasie. Een nostalgische stad met een oude ziel, voelbare allure van weleer en het temperament van Latijns Amerika. Havana is een belevenis, bucket-list waardig, al zit deze prachtige ziel hier en daar verscholen achter het onvermijdelijke masker dat toerisme heet. We drinken een laatste mojito voordat we morgen vertrekken naar het platteland van Vin͂ales. Nieuwe avonturen tussen de mogotes van de Sierra de los Organos.Vámonos!

Onder de streep:

Dagje Havana als toerist: 109 CUC excl. hotel of casa

Dagje Havana local style: 12,70 CUC, waarvan 92 lokale pesos excl. hotel of casa
 

1 opmerking:

  1. ik vind je fotografie enorm inspirerend. love it! tnx. Erik.

    BeantwoordenVerwijderen