zondag 17 mei 2015

Saba deel I - De landing


De Ladder 
Het beloofde land, een sprookje en een paradijs. Zo omschrijven de drie verschillende reisgidsen die we lezen het eiland Saba. Hoge kliffen rijzen uit het water bijna verticaal omhoog. Hoog in de rotsachtige bergen, liggen enkele dorpen verscholen. Het eiland is zo rotsachtig en steil dat Saba lang ontoegankelijk was. En zoals je in dit blog zult lezen is dat heden ten dage voor de zeiler nog steeds het geval.



Tot de jaren '40 kon men het eiland alleen betreden via de 800 treden hoge 'Ladder' aan de westkust van het eiland. Dit is een trap uitgehouwen uit de rotswanden. Maar eerst moest er met kleine bootjes geland worden op de met keien bezaaide kust. Saba heeft geen zandstranden. Er waren twee dorpen die slechts met wandelpaden verbonden waren. Jarenlang werd het voor onmogelijk gehouden om wegen op het eiland aan te leggen. En landen met een vliegtuig was al helemaal niet mogelijk. Er is namelijk geen vlakke plek op het eiland te vinden lang genoeg om een vliegtuig te landen. Maar inwoners van Saba lieten het er niet bij zitten. Met de hand legden zij een weg aan tussen de dorpen de Bottom en Windward. Deze weg staat bekend als 'the road that couldn't be built', de weg die niet gebouwd kon worden. De inwoners van Saba zagen ook mogelijkheden voor het landen van kleine vliegtuigjes op de enige relatief vlakke rots op het eiland. De rots, ontstaan door een lavastroom, werd afgevlakt en vanaf 1959 konden er kleine vliegtuigjes landen. De landingsbaan staat bekend als de kortste ter wereld. Het is als landen op een vliegdekschip. Inmiddels heeft Saba ook een kleine haven aan de zuidkust waar ferries, bevoorradingsschepen en vissers hun bootjes kunnen aanleggen. Maar deze haven is niet geschikt voor zeilboten. Er loopt een te gevaarlijke deining binnen.

Daar in de verte ligt ie...het mini vlieveldje van Saba

enkel de Twin Otter kan er landen

Hekanker ophalen in St. Eustatius
voordat we zeil zetten naar Saba

De grootste uitdaging van ons bezoek aan Saba was dan ook de toegankelijkheid. Het zou toch uitermate jammer zijn dat we met Puff bij Saba geankerd zouden liggen, en niet aan land zouden kunnen gaan. Een lot dat de Ojala helaas trof. We moesten ons bezoek aan Saba dus zeer laten afhangen van het weer. Vanaf donderdag zou het rustiger worden. Maar we wilden nu wel weg uit Sint Eustatius waar we alles wat er te zien was gezien hadden. 
Op dinsdag vertrokken we dus al naar Saba. Een mooie koers met ruime wind en golven overwegend van achter. De wind was vrij krachtig en we spoten richting Saba. Af en toe rolde er van de zijkant een golf het gangboord binnen. Soms vergeten we dat deze eilanden midden in de oceaan liggen. Op een ogenschijnlijk kort tochtje van het ene naar het andere eiland wordt je direct blootgesteld aan de oceaandeining. Voor ons zagen we Saba dichterbij komen. Hoe dichterbij we kwamen, hoe indrukwekkender het eiland eruit zag. Een grote vulkanische rots rijst uit de oceaan naar boven en reikt tot de wolken. We zien de twee grootste dorpen, Bottom en Windward, hoog in de kliffen verscholen. Op afstand lijkt het onwerkelijk dat men hier kan leven.




We varen langs de zuidwest punt van het eiland en gaan het hoekje om naar de westkust. De wind die over de oceaan komt blazen, stuit op het eiland en versnelt wanneer het om het eiland heen draait. In plaats van zuid-oostelijke wind, krijgen we vlagen van 35 knopen (windkracht 8) op de kop, uit het noorden. We weten bij de tweede poging een mooring (ankerbal) op te pikken en bevestigen deze aan Puff. De wind giert ons om de oren en we liggen te steigeren in de golven. Tja, en hoe komen we nu aan land? De haven is 2 mijl verderop aan de zuidkust. Het is te gevaarlijk om in deze zee met onze dinghy en 2PK motortje naar de haven te varen om aan land te gaan. De andere optie is om de historische weg te nemen, namelijk landen op de keien aan de westkust en vervolgens de Ladder beklimmen.

We slapen er een nachtje over en besluiten woensdag ochtend om samen met de crew van de Wildeman de gok te wagen. Als we het keienstrand naderen, zien we dat er toch een aardige golfslag staat. Met een goede timing weten we onze dinghy 'Puffy' te landen en tillen haar snel omhoog, weg bij de waterlijn. Nu komen Coen en José aanvaren. De zee lijkt even rustig, maar net als ze het strand naderen en José uit de dinghy wilt springen, tilt een hoge golf hen op en kwakt ze neer op de keien. De schrik is af te lezen van de gezichten, maar er is een geen schade. We leggen de dinghys veilig neer en lopen naar de Ladder. Wederom hebben we het gevoel in de voetsporen van onze voorvaderen te treden als we de Ladder beklimmen.



Halverwege de Ladder in het oude douanehuisje

Jaja pittig klimmetje die Ladder!
Eenmaal boven is het niet ver lopen naar het dorp de Bottom. Hier staat de dokterspost en het kleine gezondheidscentrum waar dokter Gina werkt. Gina is de vrouw van mijn oud-collega Jasper en met hun 3 meisjes wonen ze al enkele jaren op het eiland. Jasper zal zich de komende dagen ontpoppen als reisleider, gastheer en derde stuurman van Puff. Maar die verhalen deel ik in een volgend blog... Want vandaag moeten we inklaren en weer heelhuids aan boord van Puff zien te komen. Jasper zet ons af bij de douane om in te klaren en geeft Coen, Jose en ons vervolgens een korte toer over het eiland. Zo kunnen Coen en José in sneltreinvaart het eiland zien voordat ze morgen weer verder gaan naar Sint Maarten. Daarna worden we bovenaan de Ladder afgezet en ondernemen we de terugtocht...


Beneden aangekomen liggen de dinghy's nog netjes naast elkaar op de keien. De golven zijn echter hoger dan vanochtend en rollen de keien op. Dit gaat toch wel erg spannend worden nu. We houden de golven minutenlang in de gaten en merken dat er af en toe een kalme periode van 20 seconden is. In die 20 seconden moeten we de dinghy naar het water tillen en door de branding varen voordat de volgende roller aankomt. Coen en José gaan eerst en met een flinke duw van Leon glijden ze door de branding. Dat ging goed! Nu wij. We tillen Puffy naar het water en Leon start alvast de motor voordat we de dinghy het water in duwen. De keien lopen zó steil het water in dat het motortje zo ongeveer op de kop hangt en tot onze schrik zien we olie uit het motortje lopen. De motor slaat af en we proberen hem opnieuw te starten. Shit, het lukt niet, hij is vastgelopen. Een van onze peddels is gebroken en al peddelend zouden we het niet door de branding redden. Wat nu? Deze dag wordt nu wel heel spannend! Gelukkig lukt het Leon het motortje weer aan de gang te krijgen en Coen ligt aan de andere kant van de branding met zijn dingy stand-by. Bij de eerstvolgende kalme 20 seconden duwen we Puffy door de branding en....JA, het motortje start!

Eenmaal terug op Puff moeten we bijkomen van deze eerste dag Saba. Saba maakt haar reputatie waar. Maar wij zijn ontdekkingsreizigers anno 2015 en we laten ons niet kisten. We slapen een nachtje en gaan morgen het avontuur opnieuw aan. Zullen we met de dinghy naar de haven varen? Wordt vervolgd...




2 opmerkingen: